Snel naar:

1. Inleiding

2. Aanpak

3. Bevindingen en advies

1. Inleiding 

In opdracht van het Uitvoerend Overleg (UO) van het project TROWA is onderzocht hoe waterschappen hun waterschapsverordeningen beschikbaar kunnen stellen aan de voorzieningen die, in het kader van de Omgevingswet, zijn ingericht (DSO en LVBB). Daarnaast is onderzocht welke ondersteunende tooling de waterschappen kunnen inzetten voor het inrichten en beheren van doelgerichte digitale regelgeving, het proces om te komen tot een waterschapsverordening volgens de gedachtengoed van de Omgevingswet. 

2. Aanpak

Op 1-1-2021 treedt de Omgevingswet in werking. Waterschappen kunnen vanaf dat moment aansluiten met hun waterschapsverordening op het DSO tot uiterlijk 1-1-2023.

Een projectgroep met medewerkers van Het Waterschapshuis en deskundigen van de waterschappen is met deze opdracht aan de slag gegaan. Om een goed beeld te krijgen van de uitgangssituatie bij de waterschappen is een enquête gehouden. De resultaten zijn tijdens twee regiobijeenkomsten besproken. Daarnaast heeft een (openbare) marktconsultatie plaatsgevonden wat resulteerde in gesprekken met vijf leveranciers. De bevindingen zijn teruggekoppeld aan de waterschappen tijdens een georganiseerde ‘Toolingdag’ (op 26 juni 2019). Aanvullend is nog een enquête uitgevoerd onder projectleiders die betrokken zijn bij de invoering van de Omgevingswet. Doel van de enquête was om een beeld te krijgen van ambities omtrent het publiceren van de waterschapsverordening in het DSO en implementatieplannen bij waterschappen. De bovengenoemde acties waren input voor een advies aan waterschappen.

3. Bevindingen en advies

De meeste waterschappen willen zelf kunnen bepalen welke tooling wordt gebruikt. Gezamenlijk inkopen van de tooling is voor hen geen expliciet uitgangspunt. Er is onvoldoende behoefte aan een landelijke samenwerking met één leverancier voor de levering van een applicatie. 

Samenwerkingsvormen zijn echter mogelijk op het gebied van kennisuitwisseling, beheer, toolselectie, et cetera. Dit is op regionale schaal ook al in de praktijk bewezen. Op dit moment zijn er waterschappen die al ver zijn met de voorbereiding voor het opleveren van de verordening aan het DSO. Deze waterschappen zijn in samenwerking met leveranciers aan de slag gegaan. 

Bij de marktconsultatie bleek dat er drie leveranciers zijn die nu actief bij waterschappen opdrachten uitvoeren en/of tooling aanbieden. In het algemeen zijn dit leveranciers die actief zijn op het terrein van regelbeheer (toepasbare regels maken op basis van de juridische regels). In de meeste gevallen gaan leveranciers ook samenwerkingsverbanden aan met andere decentrale overheden voor het maken van toepasbase regels en het aanbieden aan het DSO. 

Het beheer van deze gehele keten verdient meer aandacht. Leveranciers en het DSO hebben nog geen goede uitwerking gevonden voor het goed kunnen beheren van dit proces. Dit heeft ook te maken met het feit dat waterschappen het actueel houden van de geometrie (werkingsgebieden) in eigen beheer (met eigen tooling) uitvoeren. 

Het blijkt dat slechts drie waterschappen voornemens zijn om nieuwe regels per 1-1-2021 doelgericht op te stellen (variant 1).[1] Overige waterschappen kiezen ervoor om per 1-1-2021 bestaande regels doelgericht te verbinden (variant 2) of bestaande regels te digitaliseren (variant 3). Wel is het zo dat driekwart van waterschappen uiteindelijk door willen groeien naar variant 1. De meeste waterschappen hebben nog geen definitieve keuze gemaakt voor een leverancier. Wel is vast te stellen dat er op dit moment drie leveranciers dominant zijn in de waterschapsmarkt, te weten FLO Legal/Geodan, Knowledge Values en Moxio. Deze treden als hoofdaannemer op, waarbij ook partijen worden betrokken die met name het juridische-regeldeel invullen, inclusief aanlevering aan de LVBB.

Samenvattend kan geconcludeerd worden dat op dit moment onvoldoende behoefte is aan een landelijke samenwerking om de tooling voor digitaal regelbeheer met één leverancier te organiseren. De aanbesteding van de gewenste producten en diensten willen de waterschappen met nadruk zelf bepalen en invullen. Wel zijn regionale samenwerkingen mogelijk op basis van gelijke ambitie en variantkeuze. Verder kan er onderling samen gewerkt worden als er wordt gekozen om met dezelfde leverancier in zee te gaan. De vorm en de inhoud van de samenwerkingsverbanden bepalen de waterschappen zelf. Duidelijk is dat de ambitie van de waterschappen niet zonder ondersteuning van een leverancier gerealiseerd kan worden. Aandachtspunt hierbij is dat er op dit moment geen leverancier is die een productoplossing aanbiedt die het gehele proces van digitaal regelbeheer, inclusief de aanlevering aan het DSO, adequaat afdekt. De waterschappen die een totaaloplossing wensen zijn er terdege van bewust dat er met meerdere leveranciers gewerkt moet worden. Dit vereist een goed georganiseerde samenwerking tussen het waterschap als opdrachtgever en de leverancier(s) als opdrachtnemer(s). 

 


Voetnoten

[1] Zie paragraaf 4.2.1 van de handreiking voor een uitleg over de drie varianten.