Snel naar:

4.4.1 Anders werken

4.4.2 Anders samenwerken

4.4.3 Andere kennis en kunde

Het ontwikkelen en beheren van doelgerichte digitale regelgeving is een nieuwe werkwijze. Het is een transitie waarbij binnen de organisatie anders gewerkt wordt, anders met de samenleving en derden wordt samengewerkt. Daar is (nieuwe) benodigde kennis en kunde voor nodig. Inhoudelijk vinden in de basis enkele verschuivingen plaats. In de basis wordt gewerkt vanuit digitale principes, wordt volledig integraal gewerkt, is regelgeving wendbaar en komt het vizier op de samenleving (zie figuur 17). De ontwikkeling van de waterschapsverordening en het aansluiten op het DSO biedt de kans om de nieuwe manier van denken en werken structureel te integreren in de waterschapsverordening. Deze paragraaf gaat hier nader op in. 

Figuur.33.H4. Ontwikkelingen om regelgeving te ontwikkelen en beheren.

4.4.1 Anders werken

De invoering van de Omgevingswet geeft ruimte om de omgang met beleid en regelgeving inhoudelijk en procedureel te herzien. Daarbij beoogd de invoering van de Omgevingswet een cultuuromslag en een andere manier van denken en werken. Waterschappen kunnen daar invulling aangeven met de in deze handreiking beschreven methode van doelgerichte digitale regelgeving. Hierbij staat een digitale doelstructuur centraal. In deze paragraaf wordt beschreven wat organisatorisch nodig is om te werken met doelgerichte digitale regelgeving, om dit vorm te geven en in stand te houden. De veranderingen raken meerdere interne werkprocessen en worden hieronder principieel toegelicht met de praktische relatie.

Figuur 34 hoofdstuk 4

Figuur.34.H4. Anders kijken, anders denken, anders werken (NOVI, Rijksoverheid).

Doelbenadering
De doelgerichte benadering vergt dat scherp is welke doelen voor het waterschap relevant zijn (zie paragraaf 4.3.1). Het is van belang dat de organisatie zich er bewust van wordt dat beleid en regelgeving altijd terug te herleiden zijn naar de doelen; het waarom. Het creëren van één samenhangende doelenboom, waarbij doelen, regelgeving en beleid met elkaar in verbinding staan is een ontwikkeling en leerproces die organisaties door moeten gaan. Het creëren van een doelenboom vraagt kennis en capaciteit en dient integraal afgedekt te worden. Zowel in het opzetten, beheren en raadplegen is dit nieuw en vormt een andere manier van werken.

Het toepassen van de doelbenadering kan bijvoorbeeld door bij bestaande regelgeving na te gaan waarom deze regel wordt gesteld en welke doelen hieraan ten grondslag liggen.

Sturingswijzen
Een sturingsfilosofie is een algemeen afwegingskader om te komen tot een bewuste(re) invulling van de rol van het waterschap in verhouding tot andere overheden en de samenleving bij de realisering van de maatschappelijke opgaven (zie paragraaf 4.3.2). De Omgevingswet vraagt om het van buiten naar binnen denken door de maatschappelijke opgave centraal te stellen. Hierdoor zal het waterschap, sterker dan voorheen, duidelijk moeten hebben wat zijn bijdrage aan de maatschappelijke opgaven zijn en hoe hij dat wil doen.

Sturingswijzen in het voortraject van het schrijven van beleid en regelgeving expliciet meenemen is een leerproces voor de organisatie. Het vraagt om gesprekken met bestuur en de ambtelijke organisatie en om keuzen in sturing. Die gesprekken en beslissingen zijn nodig om in beeld te hebben waar je als organisatie wanneer van wilt zijn. De context kan invulling krijgen door bestuurlijke afwegingen per situatie of opgave. Dit wordt vervolgens in praktische zin doorvertaalt naar verschillende sturingsinstrumenten, waaronder de waterschapsverordening. Het creëren van een sturingsfilosofie en de doorvertaling hiervan vraagt kennis en capaciteit binnen de organisatie en dient integraal afgedekt te worden.

Logica als basis
Uitgangspunt is dat wordt geredeneerd vanuit logica. Dit betekent dat uit wordt gegaan van basisprincipes die ervoor zorgen dat het totaal van beleid en regelgeving expliciet met elkaar in verbinding staan. Elke regel is onderling gerelateerd, doelgericht, activiteitgericht, locatiegericht en digitaal. Door dit structureel toe te passen bestaat een consistent harmonieus geheel, zowel voor de meer strategische regels als de operationele regels (zie paragraaf 4.2). Hierdoor wordt optimaal gebruik gemaakt van het vermogen van een digitaal systeem. 

Dit oogmerk van doelgerichte digitale regelgeving is nieuw voor organisaties vanwege het loslaten van beslissingen en informatie op basis van enkel tekstformuleringen. Dit vraagt om een meer conceptuele en analytische benadering van regelgeving schrijven. De integratie van tooling/software is hiervoor van cruciaal belang. Door dit een integraal onderdeel te laten worden van het totstandkomingsproces van de waterschapsverordening worden nieuwe deuren qua informatievoorziening geopend, waarvoor ook nieuwe competenties (paragraaf 4.4.3) binnen de organisaties gevraagd zijn. Uiteindelijk komt dit het gebruiksgemak van regelgeving ten goede.

Eén beheeromgeving
Om de bovenstaande logica goed toe te kunnen passen is een digitale beheeromgeving nodig. Zie bijlage XI voor meer informatie over tooling. Door vanuit één omgeving te werken wordt het gestimuleerd om consistent en integraal te werken. Daarnaast dwingt tooling tot structuur, waarmee ook voldaan wordt aan de standaarden van het DSO. Digitale systemen worden hierbij optimaal benut om te komen tot en gebruik te maken van regelgeving. 

Het transitie-aspect is dat voor beleid en regelgeving wordt gewerkt vanuit een digitale applicatie. Dit betekent een andere manier van beleid en regelgeving beheren en raadplegen. In raadpleging is tooling eenvoudig en gebruiksvriendelijk, maar het inrichten en beheren van tooling met nieuw beleid en regelgeving kent een zekere complexiteit. 

De regel en metadata
Er is vaak meer informatiebehoefte dan alleen een juridische regeltekst die moet worden ontsloten. Daarom wordt extra informatie gekoppeld aan de regeltekst. Deze informatie wordt binnen het DSO ook wel annotaties en/of metadata genoemd (bijvoorbeeld toelichtingen, bijlagen, locaties). Het is in feite data over data, bij een ‘roman’ kan dit bijvoorbeeld: auteur, datum, uitgever en BSN-nummer zijn. Het geeft extra informatie voor gebruik- en beheer gemak. Deze functionaliteit wordt ondersteund door digitaal regelbeheerapplicaties.

Op informatieniveau gaat met meta data een nieuwe wereld open, aangezien gebruik wordt gemaakt van de digitale mogelijkheden. Het vergt wel een andere manier van juridisch tekstschrijven. Niet alle informatie staat alleen in de juridische regel zelf. Daarnaast kent de toepassing een mate van conceptueel en analytisch denken die beschikbaar dient te zijn binnen de organisatie en integrale projectteam(s). Dit is een ontwikkelpunt.

Van ‘Nee, tenzij’ naar ‘Ja, mits’
De Omgevingswet beoogt niet alleen het waarborgen van de kwaliteit van de fysiekeleefomgeving. Het wil ook ruimte bieden aan ontwikkelingen. Dit betekent voor overheden een andere houding naar burgers en bedrijven met initiatieven. Het 'ja, mits'-principe, in plaats van het 'nee, tenzij'-principe. Dit betekent niet direct ja zeggen, maar vraagt overheden om scherpere doelsturing en opgavebepaling (zie paragraaf 4.3.2). Hierbij leent het bij de inrichting om regels te stellen vanuit vastgestelde doelen.

Inhoudelijk kent dit de nodige gevolgen voor beleid en regelgeving binnen de waterschappen. Om deze omslag vorm te geven is doelgerichte digitale regelgeving direct ondersteunend, gezien de doelgerichtheid en omdat ‘ja, mits’ eenvoudiger digitaal te structureren is.

Eén overheid
Van de overheid wordt verwacht dat zij als één overheid functioneert, nauw en snel samenwerkend en aansluitend bij het tempo van de samenleving. Inwoners en ondernemers willen hun zaken gemakkelijk afhandelen. Snel, betrouwbaar en veilig. Waar mogelijk digitaal, als nodig persoonlijk. En eenduidig: zaken die vanuit klantperspectief logisch bij elkaar horen in samenhang afhandelen. Door te werken als één overheid kan dienstverlening echt vanuit vragen van de maatschappij ingericht worden. Dit vraagt afstemming tussen overheden (zie paragraaf 2.9). Doelgerichte digitale regelgeving maakt het voor waterschappen makkelijker om te redeneren waarom regelgeving is gesteld. In gesprek met andere overheden maakt dit inhoudelijke afstemming over beleid en regelgeving ook eenvoudiger. Hiermee kan invulling worden gegeven aan eenduidige en consequente uitkomsten bij afhandelingen. Gezien het sterke regionale karakter van inhoudelijke interbestuurlijke afstemming zal dit grotendeels bewerkstelligd moeten worden met regionale partnerschappen. Hiervoor is een sterk netwerk nodig met heldere afspraken.

Digitaal raadplegen
Door beleid en regelgeving digitaal vorm te geven wordt het daarmee direct ook digitaal raadpleegbaar. Dit is mogelijk in verschillende vormen, waaronder de ‘klik op de kaart’. Dit wordt gefaciliteerd door het DSO, maar wordt mogelijk ook ondersteund door lokale, digitaal regelbeheerapplicaties. Het digitaal raadplegen maakt beleid en regelgeving eenvoudiger inzichtelijk, waardoor het voor de ambtenaar makkelijker wordt om conclusies te genereren en inhoudelijk controles uit te voeren. Voor de klant is het een versimpelde manier om tot de benodigde informatie te komen.

De omslag van tekstuele analyses naar digitale inzichten betekent een efficiëntere en effectievere benadering van het beleid. Hierdoor hoeven initiatiefnemers minder vaak contact op te nemen met het waterschap en worden alleen de benodigde zaken ingediend bij het waterschap. Bij het waterschap komt hierdoor ruimte voor maatwerk en samenwerking, waarbij kwaliteit en inzichtelijkheid toeneemt. Tevens wordt beleid en regelgeving voor verschillende rollen binnen het waterschap eenvoudiger toegankelijk.

Volledig modulair
Binnen de digitale applicaties worden regels opgeknipt. Doelen, activiteiten, werkingsgebieden, juridische regels en toepasbare regels worden met elkaar in verbinding gebracht. De splitsing betekent dat het relatief eenvoudig is om één aanpassing te maken, bovendien is het gezien de expliciete relaties, inzichtelijk wat de gevolgen van aanpassingen zijn. Door deze flexibiliteit in het doorvoeren van wijzigingen is het aannemelijk dat op kleiner schaalniveau en daardoor frequenter herzieningen plaats zullen vinden. 

Deze ontwikkeling brengt met zich mee dat beleid en regelgeving vaker inhoudelijk herzien en vastgesteld kan worden. Hierdoor zal het minder lang duren voordat nieuwe inzichten en verbeteringen verwerkt worden. Wijzigingen en mutaties kunnen periodiek worden aangeboden.

4.4.2 Anders samenwerken

Om de verbeterdoelstellingen van de Omgevingswet goed te borgen binnen de organisatie is een verandering nodig van de wijze van denken en samenwerken. Deze veranderopgave wordt ondersteund door de doelgerichte digitale regelgeving.

Van buiten naar binnen denken
De opgave van de maatschappij staat met de Omgevingswet centraal voor alle overheden. Dit geeft een zeer breed speelveld waarop hier invulling aan gegeven kan worden. De Omgevingswet noemt het ‘Verbeteren van de fysieke leefomgeving’. Dit vraagt om samenwerking met de omgeving om weet te hebben van de maatschappelijke opgaven en ruimte geven aan initiatieven die geïnitieerd worden. Daarnaast hebben overheden ook eigen verbeteropgaven, waarbij het van belang is om deze intern scherp te hebben, maar ook om deze af te stemmen met de andere overheden. 

Maatschappelijke opgaven
Maatschappelijke opgaven bevatten de grote onderwerpen waarvoor overheden de komende jaren aan de lat staan. Voorbeelden van maatschappelijke opgaven zijn leefbaarheid (een gezonde leefomgeving, waterkwaliteit), bereikbaarheid (mobiliteit), circulaire economie (hergebruik), duurzaamheid (voetafdruk), energieneutraal en klimaatadaptie (wateroverlast, droogte en waterveiligheid). De instrumenten van de Omgevingswet zijn hulpmiddelen om deze opgaven uit te werken. Deze maatschappelijke opgaven kunnen opgepakt worden in visiedocumenten, zoals bijvoorbeeld een watervisie. Door de maatschappelijke opgaven scherp te hebben zijn randvoorwaarden aanwezig om invulling te geven aan de waterschapsverordening op basis van doelgerichte digitale regelgeving. Overheden zijn momenteel aan het experimenteren via regionale interbestuurlijke try-outs, klantreizen, belevingsprincipes en dienstinnovaties om werkelijk in verbinding te staan met de opgaven en behoeften van de maatschappij.

Figuur 35 hoofdstuk 4

Figuur.35.H4. De maatschappelijke opgave centraal in een continue feedback loop (DSO).

Opgave van het waterschap
Om van buiten naar binnen te kunnen denken is het cruciaal om te weten waar je als lokale overheid zelf voor staat. Wat voor soort overheid willen we zijn? Welke locatie specifieke opgaven zijn relevant? Welke waarden en welke projecten ondersteunen dit? Het is belangrijk om aan de voorkant deze kaders scherp te hebben en continu te updaten. 

De concrete doorwerking van de eigen opgave komen terecht in doelen, sturing en regelgeving. Gezien de wendbaarheid van de opgaven dient continu getoetst te worden welk effectverandering dat teweeg brengt, eventueel is het noodzakelijk om regelgeving hierop te herzien. Lokale opgaven kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat tijdelijk niet voor regulering wordt gekozen, maar dat de samenwerking wordt gezocht om deze te verwezenlijken. 

Samenwerking en participatie
Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Het vroeg betrekken van de omgeving zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel komen. Zo zorgt participatie voor meer draagvlak en betere besluiten. Participatie is daarbij gefocust op de behoeften van de maatschappij om in samenwerking met de overheid tot nieuwe en creatieve initiatieven en regelingen te komen. De Omgevingswet schrijft niet voor hoe participatie moet plaatsvinden. De wet geeft ruimte aan initiatiefnemers en het bevoegd gezag om eigen keuzes te maken. Participatie is maatwerk. De locatie, de omgeving en de betrokkenen zijn immers elke keer anders. Daarbij wordt gewerkt op basis van vertrouwen en wordt waar mogelijk de initiatiefnemer ondersteund om zaken mogelijk te maken.

Doelgerichte digitale regelgeving kan hierin faciliteren door beleid en regelgeving doelmatiger op te schrijven, eenvoudiger inzichtelijk te maken en inhoudelijke ruimte te bieden.

Figuur 36 hoofdstuk 4

Figuur.36.H4. Participatie in relatie tot de waterschapsverordening (UvW).

Regionale afstemming tussen overheden
Decentralisatie en grensoverschrijdende maatschappelijke vraagstukken vragen om meer regionale samenwerking tussen overheden. Ook gebiedsgericht werken vergt nauwe samenwerking tussen overheden in de regio. Daarbij is het belangrijk rekening te houden met elkaars taken en bevoegdheden. Regionale samenwerking en partnerschap tussen verschillende overheden, zowel waterschappen onderling als tussen waterschap, gemeente, provincie en rijk is daarvoor nodig. Door op zoek te gaan naar gelijke thema’s (bijvoorbeeld participatie, ambitie, digitalisering) op gelijke niveaus (bijvoorbeeld strategisch, tactisch, operationeel) kunnen ervaringen en bevindingen uitgewisseld worden. Denk hierbij aan regionale allianties die het mogelijk maken om op meer detail informatie uit te wisselen en af te stemmen. In landelijke groepen kan algemene informatie ingewonnen worden om het kennisniveau omhoog te halen. 

De digitalisering biedt handvatten om deze afstemming invulling te geven, samenwerkingsruimten en tooling maakt het inzichtelijker wie wanneer voor welke regel staat. De samenwerking met overheden kan door middel van doelgerichte digitale regelgeving worden vereenvoudigd om heldere gezamenlijke doelen te stellen, regelgeving met elkaar te verbinden op overschrijdende thema’s en besluiten te integreren in samenwerkingsruimten.

Figuur 37 hoofdstuk 4

Figuur.37.H4. Samenhang tussen rijk, provincie, gemeente en het waterschap (IPO).

 

Integraal samenwerken binnen de organisatie

Naast de principes die nodig zijn om het van buiten naar binnen denken goed te kunnen integreren verdienen ook de werkprocessen in de eigen organisatie specifieke aandacht. In verbinding staan met de omgeving, heeft weinig meerwaarde als intern een ‘eilandjescultuur’ heerst.

De implementatie van de Omgevingswet is niet gefocust op één onderwerp, het is een verandering die de gehele organisatie raakt. Vaststellingsprocedures wijzigen, visies worden hervormd, beleid wordt herzien, initiatieven veranderen van impact, meer verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer, de complexere initiatieven krijgen meer aandacht, doelen worden expliciet, regels worden herzien en digitale tooling is voor iedereen van toepassing. Dit doorsnijdt functies en teams en laat zich niet sturen door een projectmatige sturingslijn. Op bepaalde thema’s en clusters is het wenselijk om tot hernieuwde procesafspraken te komen. Mogelijke voordelen zijn: toegang tot nieuwe kennis, verbreding van het netwerk, complementaire deskundigheid en volledige oplossingen. Dit vraagt om een kritische blik naar de eigen organisatie.

Voorbeeld is een juridische regel over de activiteit ‘steiger aanleggen’. Voor het juridische component is een jurist nodig, voor de inhoudelijke afwegingen zijn beleidsmakers waterkeringen, watersysteem en waterkwaliteit gewenst, voor het zichtbaar maken op de kaart is een GIS-specialist gewenst en voor de praktische toepassing een vergunningverlener of handhaver en onderhoudsmedewerker. Het zijn multidisciplinaire vraagstukken die als dusdanig ingericht moeten worden, waarbij ruimte is voor alle expertises.

Onderdelen binnen het implementatieprogramma Omgevingswet van het waterschap die relevant zijn voor het vormgeven van de waterschapsverordening zijn legio. Het is zaak om deze verschillende onderdelen met elkaar in verbinding te brengen en waar mogelijk integraal te benaderen. Daarbij kan bijvoorbeeld aan onderstaande onderdelen worden gedacht:

  • Waterbeheerpgrogramma (visie op de organisatie)
  • Watervisie (visie op maatschappelijke en interne opgaven)
  • Beleidsregels (afwegingskader voor vergunningen)
  • Digitale transformatie (ICT)
  • Instrumenten andere overheden (afstemming met andere overheden)
  • Strategisch personeelsmanagement (persoonlijke ontwikkeling)
  • Bedrijfsvoering (organisatie)

Samenwerkingsvormen (agile)
Om invulling te geven aan integrale samenwerking en de shift van projectmatige naar procesmatige vraagstukken is het goed om passende samenwerkingsvormen te beschouwen. Een samenwerking is kansrijk wanneer mensen en organisaties zich met elkaar weten te verbinden in een betekenis gevend proces. Het is een grote opgave om daarvoor de juiste condities te scheppen.

Agile werken kan een van deze samenwerkingsvormen zijn. Agile maakt het voor organisaties mogelijk om met continue verandering om te gaan. Zelforganiserende teams nemen het initiatief, waarbij op een herhalende manier en in constant ritme interactie is tussen het projectteam, de gebruikers en de organisatie. In essentie betekent agile ‘behendig’ of ‘wendbaar’, waarbij kleine zelfsturende multidisciplinaire teams in relatief korte cycli werken aan relatief kleine taken en continu feedback krijgen van de uiteindelijke klant of eindgebruiker. De klant staat daarbij centraal en als werk geen waarde toevoegt aan klant of gebruiker, rijst bij de juiste uitvoering onmiddellijk de vraag waarom het werk überhaupt wordt uitgevoerd. Voor een wendbaar en nieuw proces als doelgerichte digitale regelgeving kan dit bij uitstek een geschikte werkvorm zijn. 

De agile werkvorm kan lokaal worden toegepast om bepaalde onderwerpen en clusters procesgericht en flexibel op te pakken en in te richten, maar kan ook toegepast worden op grotere schaal binnen de organisaties. Agile biedt de mogelijkheid om pilots op te pakken, zonder dat hier grootschalige projectplannen met vast mijlpalen voor geschreven hoeven te worden. Het gaat om de stip op de horizon, waar wendbaar naar toegewerkt kan worden. Het uitgangspunt is dan ook “leren door te doen” met een iteratieve en stapsgewijze ontwikkeling, waarbij continu kleine tastbare stappen gemaakt worden met deelproducten die worden geïmplementeerd, geëvalueerd en aangepast. Voor de ontwikkeling die de Omgevingswet van ons vraagt is dit een uiterst geschikt manier van werken.

Figuur 38 hoofdstuk 4

Figuur.38.H4. De agile werkwijze als team en procesmatig.

Continuïteit
De Omgevingswet treedt op 01-01-2021 in werking en kent met betrekking tot het waterschapsverordening overgangsrecht t/m 01-01-2023. Om dit tot een blijvend succes te maken is het nodig om deze lijn te continueren met een lange termijnvisie en te verweven in de reguliere organisatie. Eventueel is het hiervoor nodig om de organisatiestructuur en werkprocessen aan te passen, waarbij een tijdelijk programma de ruimte krijgt om structureel in de organisatie te landen. De structuur is daarbij ondersteunend aan het proces en de onderliggende veranderopgave. De integrale aanpak, participatief, digitaal en redenerend vanuit het gebied en/of de opgave vraagt bijna vanzelfsprekend om ontwikkeling. Hoe ver hierin wordt gegaan en hoe formeel dit wordt vastgelegd, hangt af van bestuurlijke keuzes, visie op type overheid en de geformuleerde bestuurlijke ambities.

Naar verwachting zal de waterschapsverordening een flexibeler document worden die vanwege zijn digitale principes relatief eenvoudig gemuteerd en herzien kan worden. Dus naast continuïteit in de beheerfase, zal ook de inhoudelijke doorontwikkeling ruimte moeten krijgen binnen de organisatie. Bovendien is de digitale transformatie een werkveld waarin ontwikkelingen erg snel gaan en zich moeilijk laten voorspellen, een lange termijn strategie is hierbij mogelijk ondersteunend.

Experimenteren in pilots
Het vernieuwende karakter van doelgerichte digitale regelgeving brengt onzekerheden met zich mee. Stapsgewijs wordt ervaring opgedaan. De stip op de horizon is hierbij helder, maar de weg daarnaartoe kronkelt en is in zeker mate experimenteren. Om toch praktisch met de materie aan de slag te gaan is het uitvoeren van pilots een haalbare en leerzame wijze. Een pilot is een ‘test’ van een voorgestelde oplossing die op kleine schaal uitgevoerd wordt om zo de effecten van die oplossing beter te begrijpen en vervolgens op grotere schaal (mits positief bevonden) effectiever te implementeren.

Figuur.39.H4. Het uitvoeren van experimenten en pilots (Aan de slag met de Omgevingswet).

Het algemene beeld is dat het leereffect voor de organisatie en medewerkers groot is. Het is hierbij goed om scherp te hebben welke inhoud nodig is en waar kennis daarvoor op het moment ontbreekt. Vervolgens kan dit op innovatieve wijze op meerdere manieren invulling krijgen. De insteek kan zowel voor inhoudelijke deelcomponenten zijn (bijvoorbeeld doelenboom of tooling digitaal regelbeheer) als voor interbestuurlijke samenwerking (bijvoorbeeld vergunningtafels of proeftuinen) en ook voor integreren van processen (bijvoorbeeld juristen, informatiespecialisten en vergunningverleners). 

Het is van belang om een pilot goed voor te bereiden en de meerwaarde scherp te definiëren. Deze waarom dient als rode draad gedurende de hele doorlooptijd, waarbij de ‘hoe’ continu bijgestuurd kan worden. De volgende richtlijnen worden raadzaam geacht:

  • Plan van aanpak om pilot uit te voeren
  • Verzamelen van informatie en data
  • Gecommitteerd projectteam samenstellen
  • Procesafspraken en trainen van projectteam 
  • Uitvoeren van de pilot
  • Transparantie in communicatie
  • Continu evalueren en feedback
  • Opschalen of afschalen

4.4.3 Andere kennis en kunde

De Omgevingswet zorgt voor een andere manier van werken en samenwerken. Dit betekent een andere behoefte in kennis, kunde, houding en gedrag. Met de komst van de Omgevingswet en het ontwikkelen van de waterschapsverordening veranderen (in verschillende mate) functies en takenpakketten. Deze functies bevinden zich in de volgende taakvelden[1]:

  • Bestuur
  • Management
  • Projectleiding / casemanagement
  • Beleidsontwikkeling
  • Vergunningverlening
  • Toezicht / Handhaving
  • Specialistisch advies
  • Omgevingsmanagement

Competenties kunnen heel breed worden opgezet. Hiervoor dient elke organisatie zijn eigen proces in te richten en te analyseren of er andere en nieuwe eisen en wensen aan het personeel gesteld worden, nu en in de toekomst. Hiervoor kunnen functie- en competentieprofielen van meerwaarde zijn. Dit komt zowel van pas bij monitoring als werving. Kennisdragers en ervaringsdeskundigen kunnen vervolgens kijken wat er op basis van de ervaringen in aanmerkingen komt voor verandering (Plan-do-check-act). In de ‘Gespreksstarter veranderprofielen’ staan algemene kenmerken omtrent competenties met betrekking tot de Omgevingswet. Uiteindelijk leidt dit tot het beter weten wie de klant is, beter kunnen inleven wat de klant wil, efficiënter en effectiever communiceren en informeren, en beter leren en ontwikkelen om voorbereid te zijn op veranderingen.

Interessant is het A&O-fonds Waterschappen.[2] Dit biedt waterschappen handvatten om vanuit HR perspectief de Omgevingswet te implementeren. Dit leidt tot een HR-veranderopgave die nodig is voor de ontwikkeling van houding, gedrag en kennis. Daarbij kunnen waterschappen kosteloos gebruikmaken van een incompany workshop, de regionale werkateliers Omgevingswet voor leidinggevenden, de nieuwe MOOC en faciliteren van het uitwisselen van kennis en best practices. De routekaart (A&O-fonds) benoemt vijf processtappen: richting bepalen, plannen maken, anders denken anders doen, ontwikkelen, laten landen en vastleggen. Het is een hulpmiddel om na te gaan of alle processtappen en activiteiten die horen bij de HR-veranderopgave voldoende in beeld zijn.

Het opleidingsinstituut Wateropleidingen heeft in opdracht van de Unie van Waterschappen een routekaart[3] gemaakt voor de waterschappen met daarin:

  • een overzicht van groepen medewerkers (doelgroepen) die geschoold moeten worden;
  • een specificering van de noodzakelijke inhoudelijke kennis per groep, uitgewerkt in leerdoelen;
  • een voorstel over de vorm waarin de opleidingsactiviteit het beste zal kunnen worden aangeboden aan de specifieke doelgroep.

Daarnaast zijn bestaande opleidingsinitiatieven van de waterschappen over de inhoudelijke kennis van de Omgevingswet gebundeld in een Toolbox. De waterschappen kunnen de routekaart gebruiken om hiermee hun eigen opleidingsplan te maken en uit te voeren. 

Hieronder wordt samenvattend toegelicht wat de inhoudelijke kenmerken zijn van de rollen die van toepassing zijn om binnen de Omgevingswet te komen tot doelgerichte digitale regelgeving en de waterschapsverordening. In bijlage XIV wordt uitgebreider ingegaan op specifieke kenmerken en onderdelen.

Bestuur
Het proces waar het bestuur voor staat is om de organisatie in staat te stellen om de andere manier van werken, denken en kennis en kunde te faciliteren. Om de transitie die dit met zich mee brengt te ondersteunen en waar mogelijk te stimuleren. Het verhelderen van de ambitie, doelen en sturing van de organisatie middels besluitvorming. Deze besluitvorming sijpelt vervolgens door in de organisatie om hier handen en voeten aan te geven.

Management
Om het werk inhoudelijk goed te laten verlopen is het belangrijk dat het management zorgt dat de ambtenaren op de juiste manier in stelling worden gebracht. Vooruitkijken naar en inrichten van benodigde vaardigheden en samenwerkvormen. Dit geeft de organisatie de kans om de veranderopgave succesvol te implementeren. Met een heldere en eenduidige strategie, visie en sturingslijn worden de randvoorwaarden geschept om een effectieve, autonome en vertrouwde  werkomgeving te creëren.

Projectleiding
De projectleiders geven invulling aan het verwezenlijken van de inhoudelijke projecten van de Omgevingswet, onder andere in de waterschapsverordening. Hiervoor wordt bij voorkeur in integrale teams gewerkt, waarmee met via verschillende expertises alle relevante onderwerpen op geïmplementeerd worden. Voor de projectleider is het belangrijk synergie te creëren, heldere kaders te schetsen in de stip naar de horizon en om resultaatgericht te zijn. 

Beleidsontwikkeling
Het proces waar beleidsontwikkelaars voor staan is het verenigen en verknopen van de verschillende beleidsniveaus. Watervisie, waterbeheerprogramma, waterschapsverordening, beleidsregels en memo’s staan bijvoorbeeld allemaal in relatie met elkaar. Door deze expliciet in verbinding te stellen wordt het beleid consistent, uniform en integraal. De relaties zijn team overschrijdend en elke voor het verwezenlijken van de maatschappelijke- en organisatorische doelen worden bewust verschillende instrumenten ingezet, waarvan de waterschapsverordening er een is.

Vergunningverlening
Om op de juiste manier invulling te geven aan en om te gaan met vergunningen moeten waterschappen verder kijken dan het waterbelang. De belangrijkste veranderopgave is dat het waterschap voor de initiatiefnemers zich daadwerkelijk opstelt als waterpartner en medewerkers in staat zet om op deze nieuwe manier te werken. Het wordt gekenmerkt door een open houding en gedrag, op zoek naar de beste maatschappelijke oplossingen, ondersteund door heldere doelen met regelgeving dat via digitale werkomgevingen is raad te plegen.

Toezicht en handhaving
Het dienstbaar opstellen en als verbindende factor werken tussen de werkvloer en de praktijk is wat toezicht en handhaving kenmerkt. Met de waterschapsverordening zullen nieuwe inhoudelijke regels gelden en zullen deze op een andere (digitale) manier beschikbaar zijn. Kennis en ervaring hiermee opdoen en de praktische expertise borgen in het instrumentarium is belangrijk.

Juridisch specialist
De Omgevingswet brengt een nieuw scala aan juridische werkelijkheden met zich mee. Voor de juristen is het van belang inhoudelijke kennis op te doen van de nieuwe wet- en regelgeving, zowel in theorie als de juridische doorwerking van de geest van de wet. Het doorvertalen van kansen en risico’s in de waterschapsverordening wordt als een interessante uitdaging gezien. Bovendien is de doelredenering, werken vanuit een digitale basis en multidisciplinariteit nieuw.

Informatie specialist
Met de Omgevingswet krijgt de informatie specialist een veel prominentere rol. Waar dit in het verleden meer vanuit dienstverlening was, zit het digitale denken nu volledig verweven in de Omgevingswet en in de waterschapsverordening. Specialisten dragen deze vakkennis over.

Omgevingsmanagement
De omgevingsmanager/planmaker is de spin in de web voor de interactie tussen het waterschap, derden en initiatiefnemers. Hier vindt de doorvertaling plaats van plan- en regelgeving om het ‘ja-mits’ denken in praktische zin handen en voeten te geven. Het schaken op meerdere borden en de oren en ogen van de organisatie zijn is cruciaal om de verschillende belangen van de Omgevingswet te verenigen. Deze belangen dienen ook een plaats te vinden in de waterschapsverordening.


Voetnoten

[1] Ontleend aan Gespreksstarter veranderprofielen Omgevingswet van het programma “Aan de Slag met de Omgevingswet”, ministerie van Binnenlandse Zaken. 

[2] http://hrm.aenowaterschappen.nl, geraadpleegd op 21 oktober 2019.

[3] Waterkennis op peil. Routekaart Opleidingen Omgevingswet & Toolbox waterschappen, Wateropleidingen (oktober 2019). Dit rapport is op te vragen bij de Unie van Waterschappen.