De Omgevingswet komt eraan. Deze nieuwe wet treedt in 2021 in werking. Met de Omgevingswet wordenwet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving gebundeld en gemoderniseerd met het doel om te komen tot eenvoudigere en toegankelijkere regels voor iedereen. Daarnaast beoogt de wet integrale afwegingen voor het gebruik van de fysieke leefomgeving mogelijk te maken.[1] De Omgevingswet gaat uit van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Eén van de uitgangspunten is de balans tussen zowel het beschermen als het benutten van de fysieke leefomgeving. De overheid is verantwoordelijk voor het bewaken van de balans. Het motto “ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit” vormt de essentie van de Omgevingswet. Daarnaast gaat de wet uit van het ´decentraal, tenzij principe´. Dit betekent dat de taken en de bevoegdheden in principe worden uitgevoerd door gemeenten en waterschappen. Voor de waterschappen betekent dit dat er een waterschapsverordening moet komen. Een verordening die een effectief instrument is, naast allerlei andere instrumenten en binnen de beleidscyclus, waarmee de waterschappen hun taken en doelstellingen kunnen realiseren binnen het krachtenveld waarin ze opereren. Per waterschap komt er één waterschapsverordening die alle regels over de fysieke leefomgeving bevat die het waterschap binnen zijn beheergebied stelt. 

Dit hoofdstuk gaat in op de uitgangspunten en verbeterdoelen van de Omgevingswet en het begrip fysieke leefomgeving. Daarnaast zal één van de belangrijkste instrumenten voor de waterschappen beschreven worden: de waterschapsverordening. Dit hoofdstuk beschrijft de rol en sturingsmogelijkheden van de waterschappen, werpt een eerste blik op de taken en bevoegdheden van waterschappen en licht het belang van samenwerking en participatie toe.


Voetnoten

[1] Kamerstukken II 2017/18, 34 986, nr. 3, p. 4.